
Wie ooit dit lied schreef, kwam nooit met de fiets naar Lourdes-Frankrijk. Dé platste rit bij uitstek. Niet dat we daar om treurden, maar ik had er mij wel iets anders bij voorgesteld.
Een verademing dus. Ook van de wind was met moeite nog enig spoor te bekennen. Tijd om wat te keuvelen en naast elkaar rijdende de zes afgelopen dagen te evalueren. Alles hebben we getrotseerd en toch hebben we het overleefd met brio. Beider conditie is nog ronduit goed. Voor één enkel lichaamsonderdeel is het best dat we op het ganse parcours bijna geen kasseien te verwerken kregen. Dit was zeker de laatste dagen een geluk.
De zonnebloemen hebben plaats gemaakt voor maïs. Enorm veel maïs. Ze zullen hier in Frankrijk nog eeuwen zonnebloem- en maïsolie kunnen produceren.
De aankomst in Lourdes was apart. Eerst toch nog wat steile hellingen in het stadscentrum over en tussen duizenden gelovigen, toeristen, priesters, zusters, mensen van alle rassen slalommen om dan via de grote poort het heiligdom binnen te rijden. Nu ja, binnen rijden mocht niet van de poortwachter, zelfs niet met de fiets aan de hand. Dan maar in wielertenue alleen naar de grot waar we de priester uit Oostakker weer ontmoetten met een verwelkoming en een dankwoord voor de behouden aankomst.
Zonder ongevallen en met maar twee platte banden mochten we ons inderdaad gelukkig prijzen.
De avond werd afgesloten met een toevallige ontmoeting met de bisschop van Gent die ook zijn waardering voor ons exploot niet onder stoelen of banken stak.
Om te eindigen wil ik mijn uiterste dank en appreciatie uitdrukken voor onze volgens van het eerste tot het laatste uur.
Dank voor hun inspanningen, geduld, begeestering, aanmoediging en nog zo veel meer. Door hen werd onze trip naar Lourdes heel wat minder “lourd”.
Ook dank aan de volgens op het thuisfront (zelfs tot in Amsterdam). Het was fijn jullie aanmoedigingen per sms of blogreactie te lezen.
En dan nu focussen op wat ik in feite in Lourdes kom doen : merci zeggen voor het mirakel dat in Leuven is geschied.